Behandeling van astmapatiënten tijdens de COVID-19-epidemie

In dit artikel beschrijven we het standpunt van de werkgroep Asthme et Allergies van de SPLF (Société de Pneumologie de Langue Française; splf.fr) over de behandeling van astmapatiënten tijdens de COVID-19-epidemie.

Astmapatiënten, zeker de ernstige gevallen, vormen een populatie met risico op ernstige virale luchtweginfecties die ook de astma kunnen verergeren. De meeste astma-exacerbaties houden trouwens verband met virale infecties (behalve wanneer er geen ontstekingsremmende basisbehandeling wordt gegeven).

Dit kan worden verklaard door de mogelijke rol van T2-ontstekingen bij de afname van de antivirale afweercapaciteit van het bronchiale epitheel. Een behandeling met inhalatiecorticosteroïden of zelfs biotherapie kan de virale exacerbaties beperken, door T2-ontstekingen te verminderen en mogelijk de virale replicatie te remmen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van azithromycine bij ernstige astma.

Astmapatiënten lijken niet oververtegenwoordigd te zijn tijdens de COVID-19-epidemie. Er zijn echter geen specifieke gegevens over astma-exacerbaties en al zeker niet over ernstige exacerbaties die rechtstreeks verband houden met deze infectie. Theoretisch gezien is het niet uitgesloten dat de besmetting met COVID-19, astma kan verergeren.

Basisbehandeling

Alle basisbehandelingen voor astma moeten tijdens de epidemie worden voortgezet en aangepast, zodat de aandoening perfect onder controle blijft (te beoordelen volgens de gebruikelijke symptoomscore). Vooral de basisbehandeling met inhalatiecorticosteroïden moet men tijdens de epidemie handhaven, eventueel in combinatie met andere middelen (LABA, LAMA, montelukast enz.). Inhalatiecorticosteroïden houden geen risico in op ernstigere respiratoire virale infecties in het algemeen of SARS-CoV-2-infecties in het bijzonder (volgens de beschikbare gegevens).

Ook biotherapieën (omalizumab, mepolizumab, benralizumab, dupilumab) moeten worden gehandhaafd op basis van het aantal voorgeschreven injecties. De biotherapieën die bij astma worden voorgeschreven zijn namelijk niet immunosuppressief. Om verplaatsingen naar de zorginstelling te vermijden, kan de patiënt de geneesmiddelen zelf thuis injecteren, nadat een zorgverlener heeft getoond hoe het moet.

Een langdurige orale behandeling met corticosteroïden moet, zoals gewoonlijk, in de laagste werkzame dosis worden toegediend en indien nodig worden voortgezet om de astma onder controle te houden.

Starten met biotherapie

Als de astma niet of onvoldoende onder controle is, mag men starten met biotherapie indien dit aangewezen is. Zoals altijd is het raadzaam om tijdens een exacerbatie niet met biotherapie te beginnen, om de evaluatieparameters van de behandeling niet te beïnvloeden.

Behandeling van exacerbaties

Systemische behandeling met corticosteroïden is aangewezen bij astma-exacerbaties. De behandeling uitstellen kan fataal zijn. Indien de exacerbatie gepaard gaat met koorts, mag de toediening van de gebruikelijke dosering systemische corticosteroïden (0,5 tot 1,0mg/kg) niet worden uitgesteld, zelfs niet bij een vermoede COVID-19-infectie (men moet het resultaat van een diagnostische RT-PCR-test niet afwachten). De gebruikelijke behandelingsduur (vijf dagen) blijft van kracht, zelfs als de COVID-19-infectie wordt bevestigd. De SPLF wil eraan herinneren dat corticosteroïden niet behoren tot de niet-steroïde ontstekingsremmende geneesmiddelen (NSAID’s), die in verband werden gebracht met ernstigere vormen van COVID-19-infecties.

Het gebruik van vernevelaars kan de verspreiding van het virus in aerosolen vergroten en vereist voorzorgsmaatregelen voor zorgverleners (bril, FFP2-masker, overjas) en voor de omgeving. Bronchodilatatoren moeten eerst via een inhalatiekamer worden toegediend als de klinische situatie dit toelaat. Daarom moet men het gebruik van verneveling thuis bij een vermoede of bevestigde patiënt maximaal beperken, terwijl het gebruik van een inhalatiekamer de voorkeur verdient.

De behandeling van astma moet in een werkzame dosering worden voortgezet, zodat de aandoening, hoe ernstig ook, onder controle wordt gehouden tijdens de COVID-19-epidemie.