Geen reden om te stoppen met intranasale corticosteroïden bij allergische rinitis en een Covid-19-infectie

Met het mooie weer en de terugkeer van allergenen wordt regelmatig de vraag gesteld of de behandeling met lokale corticosteroïden moet worden gestart of voortgezet. Een ARIA/EAACI-werkgroep onderzocht de kwestie en is formeel in haar conclusies (1).

Achtendertig deskundigen, onder wie prof. Claus Bachert (UZ Gent), bogen zich over een actuele vraag uit het domein van de rinologie: kunnen we lokale corticosteroïden intranasaal gebruiken bij allergische rinitis en een Covid-19-infectie? Op basis van een vragenlijst die naar bijna 200 specialisten werd gestuurd, onder wie prof. Olivier Vandenplas (Mont-Godinne, UCL), formuleerden ze een antwoord. Het kan in drie punten worden samengevat:

–   op basis van de huidige kennis mag de behandeling met intranasale corticosteroïden (ook in de vorm van een spray) worden voortgezet bij patiënten met een Covid-19-infectie, in de dosis die werd aanbevolen voor hun aandoening;

–   het wordt afgeraden om de behandeling met lokale intranasale corticosteroïden stop te zetten. Het is niet bewezen dat dit soort behandeling het immuunsysteem onderdrukt en het risico op vaker niezen na stopzetting van de behandeling verhoogt het risico op verspreiding van het coronavirus;

–   deze aanbevelingen zijn voorwaardelijk omdat er te weinig gegevens zijn. Ze moeten daarom regelmatig worden herzien op basis van nieuwe bevindingen.

Solide basis
Om hun aanbevelingen te ondersteunen, wijzen de experts van ARIA (Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma) en EAACI (European Academy of Allergy and Clinical Immunology) erop dat er in het Wuhan Children’s Hospital 40 kinderen met allergische rinitis en Covid-19 werden behandeld met intranasale corticosteroïden, zonder negatieve gevolgen. Nochtans concludeerde de GINA-groep (Global Initiative for Asthma) echter dat “sommige bronnen suggereerden dat corticosteroïden tijdens de SARS-CoV-2-epidemie moeten worden vermeden. Dit advies heeft echter betrekking op het gebruik van orale corticosteroïden en geldt niet indien er een duidelijke indicatie is voor het gebruik ervan. Astmapatiënten mogen hun inhalatiecorticosteroïde echter niet stopzetten, omdat dit vaak leidt tot een mogelijk gevaarlijke verslechtering van hun astma. Ook het vermijden van orale corticosteroïden tijdens ernstige astma-aanvallen kan ernstige gevolgen hebben. Bovendien kan langdurig gebruik van orale corticosteroïden soms nodig zijn om astma te behandelen, en het kan gevaarlijk zijn om de behandeling plots stop te zetten. Kortom, de inhalatiebehandeling moet worden voortgezet en als het astma erger wordt, moet de patiënt de instructies volgen om de behandeling aan te passen en medische hulp te zoeken.” (2)

Er moet echter worden opgemerkt dat de Direction Générale de la Santé in Frankrijk het gebruik van intranasale corticosteroïden heeft gecontra-indiceerd in geval van anosmie en dysgeusie zonder obstructie van de neus. Het directoraat breidde deze contra-indicatie uit naar alle geïnstilleerde zoutoplossingen, aangezien ze de verspreiding van het virus in de hand kunnen werken.