Longkanker heeft verschillende oorzaken en symptomen.

Wat zijn de oorzaken van longkanker?

Longkanker ontstaat meestal door roken. De ziekte komt ook voor bij mensen die nooit hebben gerookt. Hierbij is longkanker ontstaan door een spontane verandering in de cellen. Meeroken, luchtvervuiling en het inademen van fijnstof of het werken met schadelijke stoffen, kunnen ook longkanker veroorzaken. Door het langdurig inademen van schadelijke stoffen verandert het genetische materiaal van de cellen in de longen. Hierdoor wordt de celdeling verstoord en worden het kwaadaardige kankercellen. Vaak verplaatsen deze kankercellen zich via de lymfeklieren en de bloedbaan naar andere delen van het lichaam. Zo ontstaan uitzaaiingen van longkanker.

Wat zijn de symptomen van longkanker?

Mensen met longkanker hebben in het begin van hun ziekte vaak onopvallende klachten, zoals hoesten of vermoeidheid. Oudere mensen denken vaak dat deze klachten passen bij hun leeftijd. Hierdoor komen patiënten vaak (te) laat bij een arts en wordt de diagnose longkanker ook (te) laat gesteld.

De meest voorkomende symptomen bij longkanker zijn:

  • Een hardnekkige prikkelhoest, die langer dan 9 weken aanhoudt.
  • Een beetje bloed in het opgehoeste slijm.
  • Ontstekingen aan de luchtwegen, die maar niet overgaan, ook niet met antibiotica.
  • Meer slijmvorming,
  • Kortademigheid,
  • Heesheid zonder keelpijn,
  • Pijn op de borst,
  • Zwelling van het gezicht of de nek.

Deze symptomen gaan vaak samen met een slechte conditie, waaronder:

  • Vermoeidheid,
  • Gewichtsverlies zonder duidelijke aanleiding,
  • Slechte eetlust.

Deze symptomen zijn vrij algemeen en kunnen ook andere oorzaken hebben. Ze hoeven dus niet per sé op longkanker te duiden. Toch is het verstandig om naar de huisarts te gaan als één of meerdere van deze symptomen niet over

Onderzoek

De belangrijkste onderzoeken zijn:

  • Bloedonderzoek, waarbij bloed wordt afgenomen, dat in het laboratorium wordt onderzocht.
  • Röntgenfoto, waarop een mogelijke tumor te zien is.
  • CT-scan, waarmee de precieze plaats van de tumor kan worden vastgesteld. Ook eventuele uitzaaiingen naar de lever en bijnieren zijn hierop te zien, net als vergrote lymfeklieren.
  • Echo-endoscopie, waarbij een flexibele slang via de mond de slokdarm of de luchtwegen wordt ingebracht. Met behulp van geluidsgolven worden de klieren rond de luchtpijp of slokdarm gecontroleerd. Als er sprake is van een vergrote klier, dan wordt met behulp van een dunne naald weefsel uit de klier gehaald. Dit weefsel wordt onderzocht op kwaadaardige cellen.
  • Echografie van de bovenbuik, waarbij met behulp van geluidsgolven een beeld wordt gemaakt van wat er zich in de buik afspeelt.
  • Bronchoscopie, een onderzoek waarbij de luchtwegen van binnen worden bekeken met een bronchoscoop. Dit is een slang met aan het uiteinde een camera. Bij dit onderzoek wordt vaak ook wat weefsel weggenomen om het nader te onderzoeken. Lees meer over dit onderzoek en bekijk de video’s ‘bronchoscopie’ en ‘sedatie bij bronchoscopie’.

Afhankelijk van de uitslagen van bovengenoemde onderzoeken, kunnen er nog aanvullende onderzoeken plaatsvinden, zoals:

  • Pathologisch onderzoek, hierbij wordt een stukje weefsel (biopt) dat is weggenomen door een patholoog onderzocht. Een patholoog is een arts die is gespecialiseerd in het onderzoeken van weefsels en cellen. Hierbij wordt bekeken wat voor soort longkanker het precies is. Daarnaast kan zo nodig moleculair onderzoek gedaan worden om een nog specifiekere beschrijving van de kenmerken van de kankercellen te maken, vooral op het gebied van het gedrag van de cellen.
  • PET-scan, waarmee wordt onderzocht of er op andere plekken in het lichaam uitzaaiingen zijn. Om te kijken of er ook uitzaaiingen in de hersenen zitten, wordt een CT-scan gebruikt, omdat een PET-scan hiervoor ongeschikt is.
  • Mediastinoscopie, een kijkoperatie achter het borstbeen waarbij stukjes van de lymfeknopen die tussen de longen zitten worden weggenomen. Dit weefsel wordt in het laboratorium onderzocht op mogelijke uitzaaiingen.
  • Longfunctieonderzoek, waarbij via een blaastest wordt gemeten hoeveel lucht je kunt in- en uitademen en of de zuurstof goed wordt opgenomen in het bloed.
  • Moleculair (DNA) onderzoek in weefsel of bloed, met moleculaire diagnostiek kan uw arts bepalen of de longtumor bepaalde mutaties bevat. Mutaties zijn veranderingen in het DNA van een cel. Bepaalde mutaties zorgen ervoor dat de tumorcellen alsmaar groeien. Lees meer op de website Kanker.nl
  • Longpunctie, waarbij een dunne naald van buitenaf in de long wordt gebracht om een klein stukje weefsel weg te halen.
  • Hartfilmpje, om te controleren op hartziekten.
  • Perfusiescan, waarmee wordt onderzocht hoe het bloed door de longen stroomt en hoe de lucht zich verdeelt over de longen. Dat gebeurt door middel van het inspuiten van een licht radioactieve stof in de arm en het inademen van een kleine hoeveelheid lucht gemengd met radioactief gas. Dit gas is ongevaarlijk en reukloos.
  • Skeletscintigrafie (botscan), waarbij foto’s worden gemaakt van de botten.
  • Sputumonderzoek, waarbij het opgehoeste slijm wordt onderzocht.
  • Thoracoscopie, een kijkoperatie in de longvliesruimte die vaak onder lokale verdoving wordt uitgevoerd.
  • Pleurapunctie en pleuravochtdrainage, waarbij vocht wordt afgenomen dat zich heeft opgehoopt tussen de longvliezen (die de longen bekleden) en het borstvlies (dat de binnenkant van de borstkas bekleedt). Dit wordt gedaan door een naald tussen de ribben de longvliesruimte in te steken. Het afgenomen vocht wordt vervolgens onderzocht en op kweek gezet.

Stadium

Bij longkanker wordt een onderverdeling gemaakt in de volgende stadia:

  • Stadium I: wanneer er een kleine tumor is zonder dat er ergens anders kankercellen zijn aangetroffen.
  • Stadium II: wanneer de tumor iets groter is en er eventueel kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren van de longen.
  • Stadium IIIa: wanneer er kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren tussen de longen, aan de kant waar de tumor ook aanwezig is.
  • Stadium IIIb: wanneer er kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren tussen de longen, aan de andere kant van de borstkas dan waar de tumor aanwezig is, of wanneer er kankercellen zijn aangetroffen boven het sleutelbeen.
  • Stadium IV: wanneer er kankercellen in andere organen dan de longen aanwezig zijn.

TNM-waarden

Om te bepalen in welk stadium de kanker zich bevindt, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde TNM-waarden:

  • De T-waarden (grootte en plaats van de tumor) worden onderverdeeld in T1, T2, T3, T4.
  • De N-waarden (uitzaaiingen in de klieren): N1 (aangetaste klieren in het uitstroomgebied van de long), N2 (aangetaste klieren in het gebied tussen de longen), N3 (aangetaste klieren op andere plekken in het lichaam).
  • De M-waarden (uitzaaiingen in andere organen): M0 betekent dat er geen uitzaaiingen zijn in andere organen. M1 betekent dat er wel sprake is van uitzaaiingen.

Diagnose

Zodra de uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, informeert de longarts je over de ziekte en de vooruitzichten daarvan. Je krijgt dan ook te horen wat voor soort longkanker je hebt en of de kanker is uitgezaaid in het lichaam. Als de longkanker niet is uitgezaaid, is er een behoorlijke kans op genezing. Wanneer de kanker wel is uitgezaaid, zijn de verwachtingen lager. Na het stellen van de diagnose zal de arts de behandelingsmogelijkheden met je bespreken.